De sprankel van een lach

•

Soms denk ik: ik heb mijn hele leven geschreven in lagen — zoals verf op een oud doek.
Elke bladzijde, elke diagnose, elke liefde was een nieuwe toets over het vorige reliëf.
En nu, nu ik vijftig ben, lijkt het doek eindelijk te drogen.

Ik lach veel.
Niet het lachen van vroeger, dat luid en haastig moest klinken om gehoord te worden,
maar een zachte, warme glimlach die uit mijn buik opstijgt.

Wanneer de kinderen me verbeteren met nieuwe woorden die ik verkeerd gebruik.
Ik lach om mezelf, om mijn vergeetachtigheid, om het feit dat ik nog altijd geloof in wonderen.
De lach is mijn nieuwe vorm van gebed.

En dan, eind februari, nog een laag op het doek: de diagnose autisme.
Geen schok, eerder een herkenning — alsof iemand eindelijk het juiste woord vond
voor iets wat ik altijd al aanvoelde, maar nooit kon benoemen.
Het verklaart de stilte die ik soms nodig heb, de manier waarop ik de wereld lees,
de zintuigen die feller staan afgesteld dan bij anderen.
Het is geen nieuwe wond, maar een sleutel — een die eindelijk in het slot past.

En misschien is dat ook een vorm van gebed:
niet vragen om verandering, maar eindelijk mogen zien wie je al die tijd al was.

•