Hoe had ze het anders moeten doen? Haar handen besmeurd met modder — van en voor een ander. Voor hem die haar het werk liet doen: laten kruipen, graven, vormgeven aan schoonheid en aan lelijkheid. Waarheid vervormd, vermomd.
De volgende zou ze de kop kunnen afbijten, erop kauwen, hem verslinden. En de volgende, en de volgende. Tot de volgende op een dag haar eigen kind bleek — hoe kon ze hém nu verslinden?
