Monogamie als uitvinding om de shakti-energie aan banden te leggen — en hoe we, of toch velen van ons, ten prooi vallen aan dit systeem van onderdrukking.
Ik wil dit meteen rechtzetten voor mezelf: ik heb niets tegen monogamie. Het principe van één vrouw voor één man voelt voor mij net heel juist, heel zuiver zelfs. Wat ik niet vertrouw, is de vorm die we ervan gemaakt hebben — een vorm die eerder een hek is dan een huis. Ergens onderweg is monogamie verward geraakt met bezit, met inperking, met een contract dat de vrije stroom van voelen moet temmen in plaats van dragen.
Want wat ik eigenlijk zoek, is hieros gamos — het heilig huwelijk. De vereniging van twee zielen die elk volledig zichzelf blijven, en die precies daardoor werkelijk één kunnen worden. Geen twee helften die elkaar aanvullen omdat ze onvolledig zijn, maar twee volheden die elkaar herkennen. Dát is de monogamie die ik zoek — niet een afspraak die vrijheid inperkt, maar een ruimte waarin vrijheid zich juist ten volle kan tonen, omdat ze niet bedreigd wordt.
Ik heb er zelf ook “last” van gehad. Ik weet al langer dat een monogame relatie zoals wij ze meestal vormgeven, precies niet lijkt te lukken. Niet omdat het idee van trouw fout is, maar omdat het systeem eromheen niet gemaakt lijkt voor een lijfje dat wil voelen — alles wat er te voelen valt. Ik wriemel me steeds in een relatie met de intentie om vanuit dat voelen en vanuit waarheid alles aan het oppervlak te mogen brengen. En opnieuw lijkt dit niet vanzelf te gaan.
Maar eigenlijk gaat het niet over monogamie zelf. Het gaat over hoe we ons verbinden met de ander.
Ligt dit in het feit dat mannen geven? Geven in de zin van “ik geef u de vrijheid om…” — terwijl het niet aan hen is om ons die vrijheid te geven. Dus kan ik ze ook niet ontvangen. Hoe kan je ontvangen wat niet te geven is? Omdat het gewoon is. Vrijheid is — net als liefde.
“Ik geef je mijn liefde.” Nee, hoor. Liefde is. Ze is niet te geven, want ze is. Ze is jij en ik. In een ander opzicht kan je dan wel zeggen “ik geef je liefde” — als in “ik geef je een stukje van mezelf”. Maar wat als dat stukje zelf nu al de ander is? Hoe gaat dat dan?
Dus dat geven van mannen — dat snap ik niet. Misschien daarom doet mijn linkerpols pijn, van het niet goed kunnen ontvangen.
Het enige dat ik weet is dat ik voel. En dat dat niet aan banden gelegd kan worden — niet beschaamd, beschimpt, onderdrukt, beperkt, gekleineerd, geminimaliseerd. Niet door eender welk systeem of denken dan ook, ook niet door een verkeerd begrepen monogamie. Want het huwelijk zoals de Ouden het bedoelden — hieros gamos — was nooit een kooi. Het was een tempel waarin Shiva en Shakti elkaar herkennen, waarin het mannelijke en het vrouwelijke elkaar niet beperken maar juist ten volle laten zijn.
De Bauls — een nomadisch mystiek volk in het oosten van India — wisten dat. Ze voelden en beleefden elk stukje waarheid in hun lichaam. Ze onderdrukten of beperkten hun natuurlijke flow niet. Bij verdriet werd er gehuild, bij vreugde gelachen. Het is de essentiële staat van bewustzijn die we belichamen in de baarmoeder — en die we moeten herinneren om volledig mens te worden. Voor hen was liefde de enige wijsheid.
Kijk uit naar Haar in de tempel van je ledematen
Ze is daar als het Licht van de Wereld
Sprekend, zingend in betoverende melodieën
Ze is een expert in verstoppertje
Niemand kan Haar zien
Oh mijn hart, probeer Haar niet te vangen!
Ze kan nooit gevangen worden…
Je kan enkel met Haar dansen, in volle geloof.