En ze besefte eindelijk waarom ze zoveel woede voelde — nadat hij weer het een en ander had laten ontglippen van zijn met alcohol doordrenkte lippen. Hij had geen besef van zijn daden of woorden, bevond zich altijd in volledige onschuld, zonder plichtsbesef of verantwoordelijkheidsgevoel. Hij viel onder de categorie van de onbenulligen — zo hoopte ze hem althans te kunnen verdoemen in een van haar kerkers.
Woede om de vriendschappen die telkens werden verbroken. Wanneer ze een relatie beëindigde met een jongen of een man, werd daarmee ook de band met de vrouwen van de kliek verbroken. De gezamenlijke bezoekjes aan het toilet, de wijntjes, het lachen en roddelen over de mannen, de gedeelde zwangerschappen, het zuchten na een nachtje wakker liggen met een baby, de eerste kus of het dansen, het delen van lief en leed. Alles smolt weg als sneeuw op een zonnige bergdag.
Ze besefte dat ze nog heel jong was geweest toen ze dit voor het eerst ervoer. Ze leerde al snel om door te gaan, de pijn te begraven, niet om te kijken. Zo had ze van vele zussen afscheid genomen — luidop krijsend in de hal van een feestzaal, en later zonder een woord of een gebaar. Met pijn in haar hart had ze zichzelf geleerd om zwijgend door te gaan. De onmacht die ze toen voelde, had haar overmeesterd. Ze was niet in staat geweest om het te erkennen, te herkennen, erom te rouwen, het te delen — om het leed te verzachten.
Schaamte had haar tot hier gebracht. Schaamte deed haar ogen ontwaken uit een lange roes van aaneengeregen relaties en verbrekingen met haar zussen. Schaamte ook om de vernedering die ze had ervaren. Hoe mensen elkaar en zichzelf kunnen beliegen, bedriegen, kleineren — waarvoor toch? vroeg ze zich af. Waarom moeten we dit meemaken?
En dan enkel voelen. In iedere cel telkens voelen — als we het kunnen toelaten. Als we de tijd nemen.
Ze liet de mannen in gedachten voorbijtrekken. En de zusters die ze onderweg had verloren. Ze vroeg zich af hoe het met hen ging. Ze zocht er eentje op, op het internet — misschien ooit eens afspreken, dacht ze bij zichzelf.
Misschien. Maar eerst wat zorgen voor mezelf.
Rouwen om het beeld dat we hadden. Rouwen om de relaties die verloren gingen. We werden gepasseerd, gebruikt, misbruikt. Wat als er gewoon eerlijkheid was geweest? Moed heb je daarvoor nodig — dat zal ik niet ontkennen. Veel moed om telkens weer te durven spreken.