Snoeien

•

Als je wil reageren in een gesprek — wanneer je even stilvalt om het woord te laten komen, en dan… komt het niet. Van schaamte wis je dan maar je woorden, omdat je dat ene woord niet meer herinnert. Om het dan, vijf minuten later, plots te weten: snoeien! Het was snoeien.

Ja, zo gaat het — regelmatig. Alledaagse woorden die je gewoonweg niet meer kan vinden. Weg. Maar dat vergeten we dan maar weer, alsof het nooit is gebeurd — dat moment waarop je beseft dat het wegglipt en je er niets aan kan doen.

Het wordt steeds erger. Zelfs op het werk — heel eenvoudige dingen, gewoon weg. En dan later een bericht krijgen dat je iets vergeten bent. Schaamte. En ook dat vergeten we dan maar.

Of wanneer je met volwassenen praat en je jezelf niet meer herkent in volwassen taal. En dan zwijgen we maar.

Als verdriet en pijn overheersen, en je weet dat je erdoorheen moet, verder moet — je bescherming opzetten, je wapens grijpen, je eigen licht zien, diep in je hart. Weggestopt achter al die lagen van schaamte.

En dan schaamte op schaamte — omdat het je niet lukt om te blijven bij dat zelfje van liefde. Om telkens met een katapult te worden weggeslingerd van dat vredige zelfje, dat lieve ikje, dat eigenlijk geen ikje is.

Herinneren wat geen ikje is. Tja — dat herinneren we dan ook weer.

•