Vrijdag de dertiende — haha, toepasselijk.
De wereld is in de ban van het virus. Hamsteraars, toiletpapier, rijen aan de kassa — het voelt als sciencefiction, maar het is echt. De overheid roept op om grootouders niet in te schakelen en om thuis te werken; mijn werkgever doet daar niet aan mee. Eigenlijk kan het me niet schelen — laat ze me maar ontslaan. I don’t care. Maar eigenlijk care ik wél. Ik heb grote bewondering voor iedereen die blijft doorgaan, die blijft zorgen, ondanks alles.
Wat ben ik nu blij dat ik geen kinderdagverblijf meer heb. Geen extra zorgen daarover, geen extra stress. Toch iets minder stress.
Morgen komen de kinderen misschien terug. Misschien.
Het zusje wordt geboren op vrijdag 13 maart, midden in de storm — de coronastorm. Een storm die de media flink heeft aangewakkerd, een storm die over tien jaar wel weer terugkomt. Maar dan zijn we hopelijk iets wijzer. Misschien.
Gisteren heb ik mezelf weer gevoed. Ik ben dankbaar dat ik de Feminine Flow van Dagmar volg. De massages zijn meer dan welkom, en de woorden over de ontembare vrouw raken me diep — ik zak er helemaal in weg.
Vandaag: niets. Morgen: wandelen in het bos met een picknick.
Ik tril weer — TRE. (Trauma Releasing Exercises). Het doet me goed. Elke cel, elke vezel van mijn lichaam voelt aanwezig, alsof er even een lichte stroom doorheen gaat, alsof elke cel een puls krijgt. Toen het trillen naar mijn bovenlichaam trok, kwam er zoveel los. Zelfs mijn rug — waar ik al een tijdje voor bij de kinesiste loop, waar de spanning maar niet wil wijken — zelfs die spieren laadden even op om daarna te ontspannen. Thuiskomen in mijn lichaam. Mijn lijf, dat zoveel pijn heeft gedragen en nog draagt, waar ik zoveel van heb gevraagd. Ik wil er nu heel bewust en zacht mee omgaan.
Ik ben frêle. Ik ben kwetsbaar.