Tranen
Het lijkt me weer te ontglippen, mijn gezondheid, mijn drive, mijn wil om te leven. Een vlekje, dat verwijderd wordt, nog 21 dagen, en dan nog een week om het resultaat te horen. Of de cellen zijn aangetast of niet. Ik had het moeilijk, het is moeilijk. De kids, alles flits in mijn gedachten voorbij, ongewild plannen, zorgen voor … wat dat komt… dat niet voorspelbaar is. Tranen springen me in de ogen bij het zien van het clipje van ‘Kom op tegen Kanker’, confronterend in de filmzaal tussen de kindjes die uitkijken naar Elza en Anna, naast het kleine tandenmonster.
Ik voel me rillen elke dag, binnenin me, langs mijn ruggengraat alsof ik griep krijg die nooit zal uitbarsten, alsof mijn lichaam vecht tegen iets wat ik niet zie, niet zie in mijn bloedresultaten.
En toch blijven doorgaan, mensen begeleiden waar ik kan, en ik kan het, nog steeds, luister ik naar hen, en praat ik vanuit mij, en mijn pijn om de mensen te leren waarderen, te laten zien wat er is. Al is het soms moeilijk om het zelf toe te passen. Te leven van dag tot dag, met rillingen, met gedachten over verdere tijden, die we niet kunnen grijpen en die ons misschien ontglippen.
Het zijn maar gedachten, die met ons gaan lopen… die ons meenemen naar een toekomst, van vreugde en pijn, van zonnestralen en regen. Wandelen in de regen, langs een stroom. De stroom die ons meeneemt. Tranen in de regen… tranen mogen er zijn, ze zuiveren ons van al wat ons tegen houdt…
En wat met .. van betekenis zijn, hoe doe je dat, hier en nu, van betekenis zijn voor de ander… hoe voel je dat, hoe voel ik dat?
