Ik loop al enkele weken rond met wat woorden…
“Mag ik dan nu liefhebben? Is het toegestaan dat ik liefde toelaat en die ook uit, in (w)elke vorm dan ook?”
Ik voel soms, vanuit de maatschappij en vanuit mensen in mijn omgeving, dat er een terughoudendheid is wat het uiten van liefde betreft. Je liefde tonen, benoemen en delen lijkt gevaarlijk, alsof je dat beter niet te veel doet, alsof je je dan te afhankelijk opstelt… En dan vraag ik me af: waarom?
Het lijkt wel of je, zodra je je overgeeft aan de liefde, je identiteit verliest — dat je plotsklaps een wezenloze zombie van de liefde wordt, niet meer in staat om ook maar iets nuttigs van het dagelijkse leven uit te voeren. Alsof je je leven verliest vanaf het moment dat je je hand uitreikt, of zelfs geen hand meer hebt, want “bij sommigen geef je een vinger en nemen ze een arm”, met heel je hebben en houden erbij.
Ik weet… dingen lopen fout. Ik heb mijn verdriet in de liefde ook gekend, meer dan eens. Maar net dát weerhoudt me er niet van om toch weer lief te hebben.
Waarom niet gewoon zeggen dat je graag bij iemand bent, dat je graag een knuffel wil, heerlijk wil vrijen, of samen lekker wil niksen op de sofa? Ik vraag me dan af: wat is daar mis mee? “Jezelf beschermen,” zeggen ze dan. “Je niet te kwetsbaar opstellen,” bedoelen ze dan.
Ik heb het daar moeilijk mee — mezelf inhouden, mezelf leren uiten met de juiste, verantwoorde dosis… mijn liefde en alle bijhorende gevoelens wel of niet tonen. Ik zeg niet dat je ermee te koop moet lopen, moet overdrijven, of te vroeg te veel moet beweren… gewoon zeggen dat je graag bij iemand bent. Wat kan daar nu mis mee zijn?
Het zou toch heerlijk zijn als we dat gewoon konden zeggen, als we allemaal zouden toegeven dat we elkaar nodig hebben — en dat dat oké is. Dat we allemaal die dagelijkse dosis contact nodig hebben om die huidhonger te stillen. Het rationele wezen: laat dat gewoon thuis, en plak, plak aan elkaar en geniet. We zijn hier, in het hier en nu — geniet van elke aanraking, met aandacht… Vrijen is mindfulness, hoorde ik vandaag nog op de radio, en daar ben ik het meer dan eens mee.